Partnerschap ImpactCity en Euclid Network versterkt Europese impact-ecosystemen, te beginnen in Den Haag

Een nieuw partnerschap tussen het Haagse impact-initiatief ImpactCity en het Euclid Network van belangenorganisaties van sociale ondernemingen wil de weg vrijmaken voor high impact startups en scale-ups in de stad Den Haag. De partners hopen dat ze met hun gecombineerde netwerken en ervaring een model kunnen opzetten dat gekopieerd en uitgebreid kan worden door Europese steden die hun impact-ecosystemen willen versterken.

Euclid Network (EN) en ImpactCity zijn geen onbekenden van elkaar. EN heeft een netwerk van kweekvijvers voor sociale ondernemingen, universiteiten, onderzoekscentra en investeerders in meer dan 40 landen. In 2019 vestigde EN zijn hoofdkwartier in Den Haag op uitnodiging van ImpactCity.

‘Euclid Network was op zoek naar een nieuwe thuisbasis,’ zegt Suzanne Wisse-Huiskes, algemeen directeur van EN. ‘De gemeente Den Haag heeft de ambitie om de impact-stad van de wereld te worden – dat maakt Den Haag uniek. Het sluit heel goed aan bij wat wij doen.’

Voor ImpactCity was de komst van EN een blijk van vertrouwen in het ambitieuze en baanbrekende Haagse experiment, waarbij de stad zijn zakelijke ecosysteem wil inzetten voor het welzijn van de wereld. Met EN heeft ImpactCity ook een betere toegang tot Europa en tot de beleidsmakers die de EU-agenda’s op het gebied van duurzame ontwikkeling en innovatie bepalen – een cruciale link voor een stad die bekend staat om haar internationale vrede-, rechts- en mensenrechteninstituten, en om haar unieke zakelijke ecosysteem met een focus op wereldwijde ontwikkeling.

De organisaties werkten sindsdien samen om de transparantie en toegang tot Europese startup- en innovaties-subsidies voor Haagse ondernemers te verbeteren; legden contacten met professionals en lokale en regionale stakeholders in het kader van de European Social Economy Regions (ESER); waren partners bij de Impact Summit van EN en het ImpactFest van ImpactCity, twee evenementen die wereldwijde spelers op het gebied van impact-economie bijeenbrengen; steunden data-platform Dealroom, dat een dedicated database voor Europese impact-deals ontwikkelt; en implementeerde de Better Entrepreneurship Tool (BET), waarmee lokale impact-ecosystemen jaarlijkse assessments kunnen uitvoeren.

‘We hebben samen onze programma’s gebaseerd op de zes pilaren van ImpactCity – zoals toegang tot financiering van zowel investeerders als Europese subsidieverstrekkers,’ zegt Irene Samwel, senior accountmanager bij ImpactCity. Ze voegt eraan toe dat ImpactCity en EN door dit soort initiatieven leerden begrijpen hoe ‘relevante kennis wordt uitgewisseld en hoeveel relaties er worden gelegd.’

ImpactCity en EN willen nu hun gezamenlijke activiteiten uitbreiden. Naast de al bestaande samenwerkingsverbanden en forums, gaan de organisaties samenwerken om de ‘lokale’ stem van steden en sociale ondernemers te versterken en om ervoor te zorgen dat nationale belangen worden meegewogen in Europees impact- en innovatiebeleid. Met dit doel voor ogen was ImpactCity een belangrijke partner van EN bij de lancering van de European Social Enterprise Monitor. Daarmee beschikken gemeentelijke, nationale en Europese beleidsmakers over data en informatie over lokale startup-ecosystemen in heel Europa. De hoop is dat dit bijdraagt aan beter beleid en meer financieringsmogelijkheden.

Ze willen er ook samen voor zorgen dat Den Haag meer impact-investeerders aantrekt. EN is mediapartner van de Europese Impact Competition, een partnerschap waarin ImpactCity en Get in the Ring samenwerken om ondernemers in de zes deelnemende Europese steden betere toegang te bieden tot investeerders en andere hulpbronnen. ImpactCity maakt gebruik van de BET-assessment om vast te stellen welke mogelijkheden er zijn om het Haagse impact-ecosysteem te versterken.

‘We hebben samen al zoveel werk verzet,’ zegt Wisse-Huiskes. ‘We hebben dezelfde doelen. We zijn bondgenoten. Dit partnerschap bevestigt dat alleen maar.”

 

Een nieuwe innovatiefase
De formalisering van het partnerschap van EN en ImpactCity vindt plaats op een belangrijk omschakelingspunt voor de Europese innovatieagenda.

De European Innovation Council (EIC) kondigde onlangs een kapitaalinjectie van 10 miljard euro in Horizon Europa (dat Horizon 2020 vervangt) aan. Daarmee wil de EIC tussen 2021 en 2027 ‘baanbrekende technologieën en revolutionaire innovaties in kaart brengen, ontwikkelen en opschalen’. Alleen dit jaar al komt er tot 1,5 miljard euro ter beschikking, inclusief 1 miljard aan EIC Accelarator-subisidies.

De samenwerking tussen ImpactCity en EN helpt impact-startups om dergelijke substantiële financiële bronnen aan te boren, door als het ware als vertaler op te treden tussen aan de ene kant startende ondernemingen met beperkte financiële middelen, en aan de andere kant EU-beleidsmakers die innovatie in Europa willen aanzwengelen.

‘Startups en de bedenkers van deze EU-programma’s zitten duidelijk op dezelfde golflengte,’ constateert Samwel, maar ze voegt eraan toe dat ondernemers niet altijd de weg weten in het Europese subsidielandschap.

ImpactCity adviseert met zijn Make Impact: Get EU Funding-programma al startups en scale-ups uit Den Haag die een aanvraag doen voor EU-subsidies. Een belangrijk doel van het versterkte partnerschap van ImpactCity en EN is om basisprocessen makkelijker te laten verlopen, bijvoorbeeld door middel van een routekaart door de talloze Europese financieringsmogelijkheden, en door beleidswensen en –ideeën bij de EU aan te dragen. De door EN ontwikkelde EU Funding Toolkit faciliteert de toegang tot Europese financiering.

Thuis begonnen
Vorig jaar riep ImpactCity de hulp in van EN om in kaart te brengen welke tekortkomingen het lokale impact-ecosysteem heeft en welke mogelijkheden tot verbetering er zijn. ImpactCity, dat nu bijna zes jaar bestaat, ziet in dat de Haagse impact-agenda uniek is. De organisatie is zich er ook van bewust de ondernemers in de stad bepaalde middelen nodig hebben om te kunnen groeien – en die Den Haag nodig heeft als het nieuw talent en innoveerders wil aantrekken.

EN werkte samen met ImpactCity in een BET-assessment om het beleid en de programma’s van de stad met betrekking tot ondersteuning van sociale ondernemers te beoordelen. De tool, die is ontwikkeld door de OECD en de Europese Commissie, is bedoeld om gemeentes en regio’s te helpen met de jaarlijkse benchmarking van hun impact-ecosystemen. Den Haag was de eerste stad die de tool gebruikte.

Giselle van der Star richtte het duurzame-modemerk Atelier Jungles op en was een van de vele stakeholders uit het Haagse impact-ecosysteem die input leverde.

Van der Star begon haar bedrijf net voordat de covid-19-pandemie losbarstte. De lockdowns en het isolement waren een uitdaging voor de meest gerenommeerde bedrijven. Voor Atelier Jungles was de uitdaging nog groter, als nieuw merk en vanwege zijn maatschappelijke missie: het bedrijf heeft mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst.

‘De medewerkers in ons atelier, van wie er velen financiële of emotionele problemen hebben, komen allemaal van het Den Haag Werk-project, dat mensen weer aan het werk wil helpen,’ legt Van der Star uit.

Van der Star zegt dat het bedrijf geholpen werd door de connecties die het had via Apollo 14, de impact-hub van ImpactCity. ‘Toen we onze collectie lanceerden, heb ik met een andere huurder samengewerkt in een crowdfundingcampagne voor voorbestellingen. Ook hebben we ons lokale netwerk flink uitgebreid.’

In haar feedback over het soort steun dat een nieuwe sociale onderneming als Atelier Jungles nodig heeft, zet Van der Star steun voor haar werknemers bovenaan de lijst.

‘De kandidaten met wie we werken krijgen niet de ondersteuning en coaching die ze nodig hebben om een vaste waarde op de arbeidsmarkt te worden en in de toekomst ander werk te kunnen vinden,’ zegt ze. ‘Als kleine sociale ondernemer heb ik niet altijd de kwalificaties om hun de ondersteuning te geven die ze nodig hebben.’

Ze zegt dat voor het voor kleine merken als die van haar enorm zou helpen als ze betere toegang zouden hebben tot grote handelsketens, omdat dit zou bijdragen aan een duurzame omzetgroei. ‘Een klant als de gemeente Den Haag zou voor deze bedrijven van heel grote betekenis zijn.’

Marc Nijmeijer is managing director bij WellDecommissioned, een bedrijf dat energiebedrijven helpt bij het uitfaseren van verouderde bedrijfsmiddelen als boorplatformen. Hij ontdekte talenten in de BET-assessment.

‘Momenteel groeien we zowel in Europa als op andere continenten,’ zegt hij. ‘De vraag is waar we de mensen vandaan kunnen halen.’

Het bedrijf, dat zaken doet met energieleveranciers in de hele wereld, is gevestigd in Den Haag, maar heeft onlangs een softwaredivisie in het Verenigd Koninkrijk geopend. Uitbreiden is voor Nijmeijer een kwestie van aanbod van vaardigheden en energie.

‘Waar het om gaat is dat we locaties vinden waar mensen wonen die het meeste enthousiasme hiervoor tonen, en er de meeste energie voor hebben,’ zegt hij. ‘De juiste investeerders en klanten vinden is belangrijk. Maar de juiste medewerkers vinden is misschien wel belangrijker, want zij gaan onze ideeën verspreiden en ons netwerk uitbreiden.’

Leren en opbouwen
De feedback van lokale ondernemers helpt Den Haag natuurlijk bij de bouw van zijn impact-ecosysteem, omdat het de tekortkomingen van het ecosysteem op startup-niveau laat zien en de gemeente helpt om haar middelen efficiënter in te zetten. Maar men hoopt ook dat zulke inzichten kunnen worden toegepast om lokale impact-systemen in heel Europa te versterken.

‘Er is een tekort aan data over organisaties die impact nastreven, en dat komt omdat we maar zelden direct bij hen erom vragen,’ zegt Wisse-Huiskes. ‘Alle informatie die we hebben komt van bovenaf. Pas toen de pandemie toesloeg beseften we dat we informatie van de bron zelf nodig hadden.’
Dit is de reden dat EN besloot om de European Social Enterprise Monitor (ESEM) te lanceren, met ImpactCity als een van de sponsors. Het project heeft tot doel om de kloof te dichten met betrekking tot data over sociale ondernemingen, door beleidsmakers betekenisvolle inzichten te geven in welke middelen en beleidsmaatregelen nodig zijn om bloeiende impact-economieën op te bouwen, die gebaseerd zijn op sociaalondernemerschap.
‘We hopen dat deze twee tools – en meer in het algemeen ons partnerschap met EN – de positie van Den Haag als Europa’s belangrijkste impactstad kan verbeteren,’ zegt Samwel. ‘We hopen ook dat onze samenwerking andere steden en regio’s in staat zal stellen om hun eigen routekaarten voor hun lokale impact-economieën te ontwikkelen.’

‘De informatie zal ook haar weg vinden naar Europese beleidsvorming,’ voegt Wisse-Huiskes eraan toe, ‘omdat het echt duidelijk maakt wat er nodig is op het niveau van sociale ondernemingen, en hoe om te gaan met de uitdagingen waar sociale ondernemers en andere stakeholders mee te maken hebben.’